Indien het geldende bestemmingsplan niet wordt geëlimineerd, is aan de orde of aanleiding bestaat voor een tegemoetkoming in planschade op de voet van art. 40e (oud) Ow en of in dat verband een uitzondering moet worden gemaakt op het buiten het onteigeningsgeding geldende recht met betrekking tot tegemoetkoming in planschade.
Op grond van art. 40e (oud) Ow kan planschade in het onteigeningsgeding voor vergoeding in aanmerking komen. Dat is het geval indien, kort gezegd, de waardedaling van het onteigende perceel als gevolg van een wijziging van de bestemming (ook na toepassing van de zogenoemde egalisatieregel van art. 40d (oud) Ow) redelijkerwijze niet of niet geheel ten laste van de onteigende behoort te blijven. Aan deze aanvullende aanspraak op grond van art. 40e (oud) Ow wordt logischerwijs niet toegekomen als eliminatie van een bestemming plaatsvindt op grond van de eliminatieregel van art. 40c (oud) Ow (HR 26 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:85, rov. 4.3).
Als uitgangspunt geldt dat de (beperkende) criteria die gelden bij de vergoeding van planschade buiten het onteigeningsgeding op de voet van art. 6.1 Wro (oud), ook gelden bij de vergoeding van planschade in het onteigeningsgeding op de voet van art. 40e (oud) Ow. Onder omstandigheden (onderstreping HS) kan de bijzondere context van het Onteigeningsrecht nopen tot een uitzondering op dit uitgangspunt (26 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:85, rov. 4.5).
HR: rechtbank had (als bijzondere omstandigheid –anders dan in het gewone planschadevergoedingsrecht–) moeten wegen dat tijdens de zogenoemde benuttingsperiode (HS lees: de periode waarbinnen riskant stilzitten niet kan worden tegengeworpen) de Gemeente met de onteigende gesprekken was gestart over minnelijke verwerving van (een deel van) zijn grond voor de aanleg van de verbindingsweg en of dan van de onteigend verlangd kon worden dat hij het vooruitzicht van onteigening negeerde en bij de Gemeente een vergunningaanvraag zou indienen voor een met die weg onverenigbaar bouwwerk, met geen ander doel dan het behoud van zijn aanspraak op vergoeding van planschade.
HR 17-07/26 inzake Eindhoven (ECLI:NL:HR:2026:1303)
Noot: Aldus: de gewone planschaderegels zijn in onteigeningsprocedure niet zonder meer van toepassing, in die zin dat de onteigeningsprocedure een uitzondering kan betekenen.
Te onderzoeken is of deze onderhandelingen voorafgaand aan de gerechtelijke onteigening een uitzondering kunnen zijn op de “gewone” planschadevergoedingsregels van riskant stilzitten. De rechtbank heeft het nagelaten dit te onderzoeken.
Passieve risico aanvaarding/riskant stilzitten
Voor de beantwoording van de vraag of de aanvrager het risico dat de onder het oude planologische regime bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden op diens perceel zouden vervallen passief heeft aanvaard, is van belang of de voortekenen van de nadelige planologische wijziging al enige tijd zichtbaar waren (uitspraak van 6 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3690, r.o. 81). Het risico op verwezenlijking van planologisch nadeel wordt geacht passief te zijn aanvaard als er voorzienbaarheid is en geen concrete poging is gedaan tot realisering van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die onder het nieuwe planologische regime zijn komen te vervallen, terwijl dit van een redelijk denkende en handelende eigenaar, vanaf de peildatum voor voorzienbaarheid, kon worden verlangd (uitspraak van 6 augustus 2025, r.o. 84).
In geval van vervallen bouwmogelijkheden bestaat een concrete poging in vorenbedoelde zin in het indienen van een bouwplan dat zodanig is uitgewerkt, dat het zich laat beoordelen op passendheid binnen het bestemmingsplan en dat in beginsel past binnen de bestaande mogelijkheden van het bestemmingsplan (uitspraak van 6 augustus 2025, r.o. 85).
Noot 2: zie voor de jurisprudentie de conclusie A-G in deze zaak, welke conclusie overigens niet door de HR overgenomen is. Zie het eerdere bericht op onze site.
Noot 3: voor het begrip “concrete poging de oude bestemming nog te realiseren”, zie de heden ook gepubliceerde uitspraak ABRS 15-07/26 inzake Groningen (ECLI:NL:RVS:2026:4114)