In geschil is of het bouwplan in beginsel past binnen het vorige bestemmingsplan. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank daarbij ten onrechte betrokken dat relevant is dat het college de aanvraag in eerste instantie buiten behandeling heeft gesteld. Het gaat om de passendheid van het bouwplan zoals dat is ingediend. Beoordeeld moet worden of [appellant] tijdig een adequate poging heeft gedaan om de destijds nog bestaande rechten veilig te stellen. Daarvan is geen sprake als [appellant] om iets anders heeft gevraagd dan wat destijds binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan paste.
Enkel de daadwerkelijk ingediende aanvraag en stukken zijn relevant voor de beoordeling of sprake is van een concrete poging (zie bijvoorbeeld de eerder genoemde uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2541). Het college betoogt terecht dat gesprekken die voorafgaand aan de benuttingsperiode met de gemeente hebben plaatsgevonden over het realiseren van andere bouw- en gebruiksmogelijkheden dan die onder het nieuwe bestemmingsplan zouden komen te vervallen geen concrete poging is om de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden te benutten (zie de eerder genoemde uitspraak van de Afdeling van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2102). Slechts relevant is of de aanvraag die [appellant] op 7 maart 2016 heeft ingediend in beginsel past binnen het oude, destijds geldende planologische regime. Dat heeft de rechtbank ten onrechte niet onderkend.
ABRS 15-07/26 inzake Groningen (ECLI:NL:RVS:2026:4114)
Noot: voor een concrete poging de bouwmogelijkheden onder het oude planologische regime nog te benutten, is het vereist dat de aanvrager een aanvraag doet die (precies) past binnen de oude bestemmingsplanregels.