Bij haar oordeel heeft de rechtbank het volgende voorop gesteld. De waarde van een onroerende zaak is de waarde in het economische verkeer en ten minste gelijk aan die van de tegenprestatie. Bij de waarde in het economische verkeer gaat het om de prijs die de meestbiedende gegadigde voor een zaak zou betalen na aanbieding van die zaak op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding. Feiten die na het waarderingstijdstip plaatsvinden, kunnen licht werpen op de toestand zoals die op de peildatum bestond. Als uitgangspunt geldt dat een tussen van elkaar onafhankelijke partijen overeengekomen koopprijs niet afwijkt van de waarde in het economische verkeer.
Rechtbank Gelderland 29-07/26 (ECLI:NL:RBGEL:2026:6202)
Noot: rechtbank verwijst voor de gehanteerde uitgangspunten expliciet naar HR jurisprudentie.