[eisers] vorderen de volledige advocaatkosten en sluiten daarbij aan bij de systematiek van het vergoeden van rechtskundige en deskundige bijstand bij onteigeningen. Volgens [eisers] is het systeem van het vergoeden van schade bij gedoogplichten vergelijkbaar met het schadevergoedingsregime volgens de onteigeningswet. De kantonrechter is het hier – net als Liander – niet mee eens en verwijst naar de toepasselijke rechtspraak.17 Bij gebrek aan een specifieke regeling in de BP moeten de kosten voor deskundige en rechtskundige bijstand die [eisers] in verband met het opleggen van de gedoogplicht hebben gemaakt, begroot worden aan de hand van artikel 6:96 BW.
De kosten voor de bijstand van de gemachtigde van [eisers] tijdens deze procedure worden forfaitair vergoed op de voet van artikel 237 e.v. Rv. Het meer gevorderde zal worden afgewezen, omdat daarvoor geen grond bestaat.
Rechtbank Noord-Holland 08-07/26 inzake Liander (ECLI:NL:RBNHO:2026:8028)
Noot: verwijzingen naar ECLI:NL:GHDHA:2018:22 r.o. 16, ECLI:NL:RBDHA:2025:27718 r.o. 14.3 e.v.