Exploitatieplan: kosten onteigeningsprocedure meerekenen?

De raad heeft op de zitting toegelicht dat met grondeigenaren wordt onderhandeld over de verwerving van de gronden en dat er op basis van eerdere onderhandelingen geen indicaties zijn dat de gronden in het exploitatieplangebied zullen worden onteigend. De raad heeft daarnaast toegelicht dat ten tijde van de vaststelling van het exploitatieplan de gemeente geen gronden heeft onteigend en ook geen besluit heeft genomen om de Kroon te verzoeken om te besluiten tot onteigening. De Afdeling heeft op grond van wat is aangevoerd geen reden om aan de juistheid van deze toelichtingen te twijfelen. Daarom heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ten tijde van het besluit van 22 juni 2023 niet aannemelijk was dat de te verwerven gronden worden onteigend, dan wel op onteigeningsbasis zullen worden verworven. Hieruit volgt dat de raad de inbrengwaarden terecht heeft geraamd op basis van de artikelen 40b tot en met 40f van de onteigeningswet. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6839, onder 2.22.5. In het verlengde daarvan heeft de raad ook in de exploitatieopzet terecht geen rekening gehouden met kosten verbonden aan het voeren van onteigeningsprocedures.

ABRS 10-06/26 inzake Waalwijk (ECLI:NL:RVS:2026:3353)

Noot: “per peildatum” geen aanleiding te rekenen met kosten onteigeningsprocedure

Versnipperde percelen grond van invloed op inbrengwaarde

De Afdeling is van oordeel dat voor de totstandkoming van de inbrengwaarde geen rekening had hoeven worden gehouden met de invloed van versnipperde percelen. Weliswaar geldt dat de noodzakelijke verwerving van versnipperde percelen extra kosten geeft, maar dat de aanwezigheid van versnipperde percelen heeft geen rechtstreekse gevolgen voor de waarde van de gronden en daarmee de totstandkoming van de inbrengwaarde.