Niet binnen vier weken prijsbepalingsprocedure gestart

Wet voorkeursrecht gemeenten. Misbruik van de bevoegdheid om een verzoek in te dienen bij het college.

Gelet op omstandigheden van dit geval (o.a. verzoek om prijsvaststelling op dubieuze wijze aan gemeente kenbaar gemaakt) komt de rechtbank tot de conclusie dat het handelen van de Stichting (lees: potentiële verkoper erfpachtrecht) in november en december 2023 niet was gericht op het bereiken van overeenstemming over de vervreemdingsvoorwaarden noch op het starten van een gerechtelijke prijsbepalingsprocedure (omdat de taxaties van de Stichting en de Gemeente uiteenliepen), maar op het laten verstrijken van fatale termijnen door de Gemeente door een verzoek in te dienen en dat zoveel mogelijk buiten het zicht van de betrokken ambtenaren – met wie haar adviseur in dezelfde periode contact had – te houden. Het handelen van de Stichting in januari en februari 2024 was voorts niet geschikt om tijdig een bevestiging van de Gemeente te verkrijgen dat zij vrij was om het erfpachtrecht te vervreemden aan derden en de levering aan Stichtse Advies alsnog doorgang te laten vinden. Aldus: de Stichting is niet vrij om gedurende 3 jaar aan een derde te verkopen.

Rechtbank Gelderland 11-03/26 inzake Arnhem (ECLI:NL:RBGEL:2026:1905)

Noot: in deze uitspraak wordt nadrukkelijk stilgestaan bij de “slinkse wijze” waarop geprobeerd is onder het voorkeursrecht van koop van de gemeente uit te komen.