Bedenkingen ingediend door de (gezamenlijke) eigenaren. De rechtbank heeft het verzoek om bekrachtiging beoordeeld aan de hand van de wettelijk voorgeschreven ambtshalve basistoets en de ingebrachte bedenkingen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de onteigeningsbeschikking niet geheel volgens de wettelijke vormvoorschriften is voorbereid, omdat zowel de ontwerp-onteigeningsbeschikking als de vastgestelde onteigeningsbeschikking niet aan alle belanghebbenden is toegezonden. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Voor het overige is voldaan aan de voorwaarden voor bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking: er is sprake van een onteigeningsbelang en de onteigening is noodzakelijk en urgent. De rechtbank wijst het verzoek om bekrachtiging daarom toe.
Rechtbank Midden-Nederland 12-03/26 inzake Woerden (ECLI:NL:RBMNE:2026:929)
In gelijke zin: Rechtbank Midden-Nederland 03-04/26 inz. prov. Utrecht/TenneT (ECLI:NL:RBMNE:2026:1300)
Noot: fout in wettelijke vormvoorschriften blijft onteigeningsbeschikking van de gemeenteraad toch in stand: Artikel 6:22 Awb luidt:
Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.