Taxatie inbrengwaarde: bijzondere geschiktheid?

Een grondeigenaar betoogt dat de inbrengwaarde van zijn perceel te laag is getaxeerd, omdat het een goed ontsloten perceel betreft, waarop zonder bijzondere investeringen in infrastructuur een woning gebouwd kan worden.

Uit het taxatierapport dat in opdracht van gemeente is opgemaakt, blijkt niet of rekening is gehouden met een eventuele bijzondere geschiktheid van het perceel van [appellant sub 4] voor woningbouw. De vraag of het perceel deze bijzondere geschiktheid heeft en welke gevolgen dit heeft voor de taxatie van het perceel, raakt evenwel de specifieke deskundigheid van de taxateur. [appellant sub 4] heeft geen tegenrapport van een onafhankelijke taxateur overgelegd. Gelet hierop geeft het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet op het taxatierapport mocht afgaan.

ABRS 04-03/26 inzake Amstelveen (ECLI:NL:RVS:2026:1233)

Noot: bijzondere geschiktheid in onteigening kan zien op 1. fysieke eigenschap (verhoogde ligging als voordeel voor dijkaanleg), 2. adequate bodemeigenschap, waardoor “het werk” goedkoper uitgevoerd kan worden, 3. (winbare) bodembestanddelen, 4. gunstige ligging met besparing bouwrijp maak kosten (voorstrook). De grondeigenaar in deze casus beriep zich op het onder punt 4. genoemde.

Zie bijlage 7. exploitatieplan De Scheg, met op blad 64 de complexwaarde comparatief getoetst.