De raad heeft gelet op de relatief beperkte stroken grond die voor de aanleg van het nieuwe fietspad nodig zijn, afgezet tegen onder meer toerisme en recreatie als redenen voor de aanleg van het nieuwe fietspad, een zwaarder gewicht kunnen toekennen aan de belangen die met de aanleg van het fietspad zijn gemoeid dan aan de belangen van de agrarische bedrijven om hun landbouwgronden onaangetast te laten. Van een onevenredige belangenafweging is op dit punt geen sprake. In de procedure over dit bestemmingsplan heeft de raad, mede gezien het feit dat het gaat om relatief smalle stroken grond die voor het fietspad nodig zijn, in het verlies aan landbouwgrond geen grond hoeven zien het bestemmingsplan niet vast te stellen.
ABRS 25-02/26 inzake Noardeast-Fryslân (ECLI:NL:RVS:2026:1050)