Voorkeursrecht windturbines

Uit artikel 5 van de Wvg volgt dat gronden voor aanwijzing in aanmerking komen die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan, of structuurvisie, maar waarbij in het besluit tot aanwijzing aan de betrokken gronden een niet-agrarische bestemming wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die bestemming. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het eigen is aan de toepassing van artikel 5 van de Wvg dat nog slechts een globaal beeld bestaat van de toekomstige bestemming. De systematiek van de Wvg brengt mee dat op het moment dat het voorkeursrecht kan worden aangewend onzeker kan zijn of de geplande ontwikkeling feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd. Gelet op het doel van de wet, het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van gronden benodigd voor het realiseren van toekomstige planologische ontwikkelingen, staat de gestelde onzekerheid niet in de weg aan het gebruik van de bij wet gegeven bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht. De Afdeling verwijst ter vergelijking naar de uitspraak van 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3786, onder 4.3. In dit stadium van de planvoorbereiding kan niet op perceelsniveau worden aangeduid welke bestemming uiteindelijk zal worden toegekend. Het behoeft nog niet voor elk in de aanwijzing betrokken perceel of windturbine duidelijk te zijn of het kan worden ingepast. Vergelijk ook de uitspraak van de Afdeling van 28 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0295, onder 2.3.1. Anders dan de maatschappen en Waddenwind betogen, was op het moment dat provinciale staten het voorkeusrecht vestigden niet uitgesloten dat de toegedachte bestemming van elk van de percelen met de windturbines anders zou zijn dan het huidig gebruik.

Het betoog slaagt niet. ABRS 13-05/26 inzake prov. Groningen/Waddenwind e.a. (ECLI:NL:RVS:2026:2761)

Noot: geen vervallen voorkeursrecht na termijn van drie jaren, omdat binnen die termijn (en dus tijdig) een structuurvisie is vastgesteld en dat is voldoende. Hier volstaat een globaal beeld van de toekomstige bestemming. Dat is in die zin opvallend, omdat door de provincie in het eind vorig jaar vastgestelde inpassingsplan heeft opgenomen dat het nieuwe bedrijventerrein windinclusief wordt ontwikkeld, dus met behoud van de bestaande windturbines. Aldus geen afwijkend gebruik.