Vertrouwensbeginsel

Woningcorporatie verhuurt woning op perceel in erfpacht van gemeente. Gemeente wil dat woningcorporatie de huur beëindigt, omdat zij geen toestemming voor verhuur gegeven heeft. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt. Vorderingen gemeente afgewezen.

De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van een beroep op het bestuursrechtelijke vertrouwensbeginsel drie stappen moeten worden doorlopen. De eerste stap is het vaststellen of sprake is van een toezegging. De tweede stap is vaststellen of die toezegging is toe te rekenen aan een bestuursorgaan. De derde stap houdt in dat de betrokken belangen moeten worden afgewogen. Het vertrouwensbeginsel brengt niet mee dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden gehonoreerd. Daarvoor is een belangenafweging vereist waarbij het belang van degene bij wie de gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt zwaar weegt, en waarbij is gebleken dat er geen zwaarder wegende belangen zijn die aan het honoreren van die verwachtingen in de weg staan. Die zwaarder wegende belangen kunnen zijn gelegen in strijdigheid met de wet en het algemeen belang en kunnen meer specifiek belangen van derden betreffen.1 De toepassing van deze in het bestuursrecht ontwikkelde maatstaf verschilt niet van de toepassing van de civielrechtelijke maatstaf, die inhoudt dat (ook) de overheid een toezegging in beginsel moet nakomen, maar dat het onder bijzondere omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn om van de overheid nakoming van de toezegging te verlangen.*

Rechtbank Midden-Nederland 13-05/26 inzake Gooise Meren (ECLI:NL:RBMNE:2026:2798)

Noot: HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1957, rov. 3.2.1-3.2.3.