Verjaring van strook gemeentegrond

De rechtsvoorgangers van verweerders zijn door – in ieder geval – bevrijdende verjaring eigenaar geworden van de strook grond. De “Heusden-vordering” wordt afgewezen, omdat verweerders niet onrechtmatig hebben gehandeld.

Rechtbank Rotterdam 25-03/26 inzake Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2026:4009)

Noot: De “Heusden-vordering” gebaseerd op ECLI:NL:HR:2017:309. In dit arrest overwoog de Hoge Raad dat een partij die door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond “bloot kan staan aan een vordering uit onrechtmatige daad van de (voormalige) rechthebbende die zijn eigendom aan die partij heeft verloren door de werking van art. 3:105 BW”. Dat oordeel is erop gebaseerd dat een persoon die een zaak in bezit neemt en houdt, wetende dat een ander daarvan eigenaar is, tegenover die eigenaar onrechtmatig handelt. Indien de voormalig eigenaar dat vordert en degene die de zaak in bezit heeft genomen nog steeds eigenaar is, kan de bezitter worden veroordeeld om bij wijze van schadevergoeding de wederrechtelijk in bezit genomen zaak aan de benadeelde in eigendom over te dragen. Daar is in deze zaak echter geen sprake van, omdat de gemeente haar eigendomsrecht op de strook al heeft verloren aan de rechtsvoorgangers van [gedaagden] hebben dus niet onrechtmatig gehandeld jegens de gemeente.