De Afdeling constateert dat de deskundigen van de raad en van [appellant] en anderen niet op één lijn zitten. Zij hanteren verschillende uitgangspunten en komen daarom tot verschillende conclusies over de hoogte van de taxatie. In zo’n geval is de vraag niet of de door [gemachtigde] dan wel de door de deskundigen van de raad bij de taxatie gehanteerde uitgangspunten verdedigbaar zijn, maar of [gemachtigde] aannemelijk heeft gemaakt dat de door de deskundige van de raad bij de taxatie gehanteerde uitgangspunten dat niet zijn. Dat is gelet op de hiervoor onder 11.1 en 11.2 weergegeven toelichting van de raad, niet het geval. Appellanten hebben dus niet aannemelijk gemaakt dat het aan het exploitatieplan ten grondslag gelegde taxatierapport zodanige gebreken of leemten in kennis bevat, dat de raad om die reden niet in redelijkheid op de inhoud van dat rapport heeft kunnen afgaan.
ABRS 05-02/20 inzake Midden-Delfland (ECLI:NL:RVS:2020:376)
Noot: een zware bewijslast voor degenen die bezwaar hebben tegen getaxeerde inbrengwaarde. In een onteigeningsprocedure zal de rechter een eigen oordeel vellen over wederzijdse taxaties, anders dus dan de (marginale) toetsing die Afdeling hier aangeeft.