Samenwerkingsverband pachter

Art. 7:347 BW: volgens vaste rechtspraak is de pachter gehouden tot persoonlijk gebruik van het gepachte. [pachter] heeft een samenwerkingsverband met zijn neef, [naam neef] , in een vennootschap onder firma [VOF 2] . De vennoten daarvan zijn sinds 1 januari 2019 [neef] , zijn echtgenote [naam echtgenote] , [B.V. 2] BV (samenwerkend in een vennootschap onder firma: hierna: [VOF 3] ), [pachter] , [de zoon] , en [B.V. 1] B.V. [VOF 2] koopt en verkoopt bijna alle producten die geteeld worden op de bedrijven van [pachter] en [neef] en koopt zaai- en pootgoed, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen voor de bedrijven van [pachter] en [neef] . Het genot en gebruik van het machinepark van [neef] en [pachter] zijn ingebracht in [VOF 2] . De kosten van de machines en ook de kosten van de bedrijfsgebouwen worden gedragen door [VOF 1] en [VOF 3] . Alleen de directe kosten van het gebruik (zoals bij voorbeeld de diesel voor het gebruik van de machines) worden gedragen door [VOF 2] . De winst van [VOF 2] wordt gelijk verdeeld over [VOF 1] en [VOF 3] .

Hof: Geen sprake van (voldoende) persoonlijk gebruik door samenwerkingsverband pachter. Aan eisen voor beëindiging voor dringend eigen gebruik door verpachter is ook voldaan; art. 7:370 lid 1 sub b BW. Het hof ziet dus gronden voor ontbinding en ook voor beëindiging van de pachtovereenkomst.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-11/25 (ECLI:NL:GHARL:2025:6859)