Het hanteren van de residuele grondwaardemethode bij kostenverhaal is een effectieve en juridisch houdbare manier is om speculatief hoge grondprijzen uit te bannen, zonder de woningbouw te frustreren.
Grondspeculatie drijft de kosten van woningbouw onnodig op en vertraagt gebiedsontwikkelingen. Het hanteren van de residuele grondwaardemethode bij kostenverhaal is een effectieve en juridisch houdbare manier is om speculatief hoge grondprijzen uit te bannen, zonder de woningbouw te frustreren. Dat concluderen de auteurs van de vandaag gepubliceerde expertnotitie “Speculatieve grondprijzen verantwoord uitbannen”. Deze notitie is in opdracht van NEPROM opgesteld door het Instituut voor Bouwrecht (IBR).
Speculatieve grondprijzen vertragen woningbouw
In de huidige praktijk kunnen gronden die tegen speculatief hoge prijzen zijn aangekocht, leiden tot hoge publieke kosten en moeizame onderhandelingen tussen gemeenten en ontwikkelaars. Dat werkt vertragend en maakt woningbouw onnodig duur. Volgens de notitie kan dit worden voorkomen door de inbrengwaarde van grond bij kostenverhaal te baseren op de residuele grondwaarde. Dit is de geschatte waarde van een stuk grond door de totale stichtingskosten af te trekken van de verwachte opbrengstwaarde van het vastgoed.
Residuele methode biedt uitvoerbare oplossing
NEPROM onderschrijft de conclusie van de auteurs dat invoering van de residuele methode als uitgangspunt bij kostenverhaal de snelste en meest uitvoerbare route is om grondspeculatie tegen te gaan, zonder nieuwe complexe instrumenten te introduceren.
Neprom 19-03/26