Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het (aan gemeente uitgebrachte) planschade-advies dat aan het primaire besluit ten grondslag lag gebrekkig is. De door vergunninghouder (lees: degene die moet betalen) ingebrachte contra-expertise is naar het oordeel van de rechtbank niet gebrekkig. Daarom heeft het college de contra-expertise aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. Hieruit volgt dat geen sprake is van planologisch nadeel. Het verzoek om tegemoetkoming in planschade is dan ook terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond.
Rechtbank Den Haag inzake Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2023:15247)