Marktwaarde vs. volledige schadeloosstelling

Rijkswaterstaat kocht aan tegen marktwaarde en niet tegen (volledige) onteigeningsvergoeding

In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat het besluit om niet te onteigenen inderdaad formele rechtskracht heeft gekregen, zodat eisers geen schadevergoeding op grond van de Onteigeningswet toekomt. Wel is de rechtbank van oordeel dat Rijkswaterstaat bij het aankopen van de woning van eisers onrechtmatig heeft gehandeld door de hem bekende belangen van eisers bij terugkeer naar hun woning niet (kenbaar) mee te wegen in de regeling die hij hen aanbood, welk enige aanbod zij bovendien vanwege het dreigende instortingsgevaar feitelijk niet konden afslaan (zodat van vrije wilsvorming kenbaar geen sprake was). De schade die eisers hierdoor lijden, kan niet in deze procedure worden begroot; de rechtbank verwijst de zaak daarom naar de schadestaatprocedure.

De rechtbank oordeelt dat Rijkswaterstaat er al in 2017 mee bekend was dat de bouwwerkzaamheden een reëel risico op ernstige constructieve schade aan het woningblok zouden opleveren, wat een ernstig gevaar zou vormen voor de bewoners als zij tijdens de werkzaamheden in hun woningen zouden blijven. Desondanks heeft Rijkswaterstaat eisers (lees: de voormalige eigenaren) in 2018 slechts de keuze gelaten tussen akkoord gaan met verkoop van hun woning (zonder terugkoopoptie), of daarmee niet akkoord gaan en tijdens de werkzaamheden met hun kind in de woning blijven wonen. Deze keuze was gelet op het door deskundigen vastgestelde ernstige veiligheidsrisico voor een gezin met een klein kind geen echte keuze.

Rechtbank Den Haag 08-11/23 inzake De Staat der Nederlanden (ECLI:NL:RBDHA:2023:17895)

Noot: de voormalige eigenaren van de woning vreesden voor instortingsgevaar van die woningen en konden dus niet anders dan verkopen, maar de Staat was enkel bereid om de marktwaarde te betalen. Aldus blijven die voormalige eigenaren zitten met schaden als aankoopkosten vervangende woning, verhuis- en wederinrichtingskosten.

De voormalige eigenaren hebben het aanbod tot aankoop van hun woning geaccepteerd. Bij dit aanbod heeft Rijkswaterstaat de slechte staat van de fundering en de bodemvervuiling buiten beschouwing gelaten.