Niet meer mogelijk om buiten puin te breken (milieucategorie 5), asfalt te produceren (categorie 4) en beton te produceren met een productiecapaciteit vanaf 100 ton per uur (categorie 4).
Volgens het college heeft [appellante A] verzocht om een tegemoetkoming in planschade voor bedrijfsactiviteiten die op de peildatum nog niet zijn aangevangen. Voor dit type schade kan een tegemoetkoming worden toegekend als onomkeerbare investeringen zijn gedaan. Hiervan is in dit geval geen sprake. Het college heeft zich verder op het standpunt gesteld dat [appellante A] als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan niet in een planologisch nadeligere situatie is komen te verkeren, omdat ook vóór de peildatum geen vergunning zou worden verleend voor activiteiten in de milieucategorieën 4 en 5.
Hoger beroep en beoordeling
Is de bedrijfsexploitatie aangevangen?
Appellant: Dat de bedrijfsvoering op de peildatum nog niet haar volle omvang had bereikt, betekent niet dat de bedrijfsvoering niet was aangevangen.
ABRS beantwoordt deze vraag ontkennend.
De rechtbank heeft met juistheid vastgesteld dat in dit geval niet het volledige bedrijf is wegbestemd, maar dat een verlaging van de toegestane milieucategorie heeft plaatsgevonden waardoor er minder gebruiksmogelijkheden resteren. De rechtbank is terecht nagegaan in hoeverre op de peildatum van 8 oktober 2008 sprake was van exploitatie van de in het planschadeverzoek genoemde activiteiten. Van belang is om vast te stellen dat de reeds aangevangen bedrijfsactiviteiten zijn aan te merken als activiteiten in milieucategorie 3, welke activiteiten ook na inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan konden worden voortgezet.
Dat [appellante A] in 2004 een terrein heeft aangekocht waarop onder het oude bestemmingsplan zware industrie mogelijk was, betekent niet dat moet worden aangenomen dat de exploitatie van de asfaltcentrale daarmee al was aangevangen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de asfaltcentrale niet onlosmakelijk is verbonden met de andere bedrijfsonderdelen. De asfaltcentrale is immers nooit gerealiseerd terwijl de andere bedrijfsonderdelen tot op de dag van vandaag worden voortgezet, zoals [appellante A] op de zitting desgevraagd heeft verklaard.
Ten aanzien van het puinbreken en de productie van beton is in zoverre wel sprake was van ‘een’ op de peildatum aangevangen exploitatie, maar niet van ‘de’ voor onderhavige planschadezaak relevante exploitatie, namelijk de vorm van exploitatie die als gevolg van de schadetoebrengende planologische mutatie is komen te vervallen.
Het bovenstaande betekent dat ten aanzien van de wegbestemde productiemogelijkheden sprake is van op de peildatum nog niet aangevangen bedrijfsvoering. Het gemist voordeel dat hieruit voortvloeit komt volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:956) in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking. Voor zover [appellante A] betoogt dat haar bedrijfsvoering op de peildatum al wel helemaal was gericht op de wegbestemde productiemogelijkheden maar dat de bedrijfsvoering in zoverre op de peildatum nog niet tot volle wasdom was gekomen omdat de overheid niet tijdig de daarvoor benodigde vergunningen heeft verleend, heeft de rechtbank terecht overwogen dat dit buiten het wettelijke toetsingskader van afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening valt.
Zijn onomkeerbare investeringen gedaan?
Zoals hiervoor is overwogen is de hoofdregel dat inkomensderving die bestaat uit gemist voordeel uit op de peildatum nog niet aangevangen bedrijfsvoering niet voor een tegemoetkoming in aanmerking komt. In rechtsoverweging 7 e.v. gaat de Afdeling in op de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat in het geval van [appellante A] geen uitzondering op de hoofdregel kan worden gemaakt wegens het gedaan zijn van onomkeerbare investeringen.
De Afdeling volgt het betoog van [appellante A] dat de rechtbank er ten onrechte geen rekening mee heeft gehouden dat de uitspraak van de Afdeling van 23 oktober 2013 betrekking heeft op een andere vorm van schade, namelijk indirecte planschade. Bij het planologisch wegbestemmen van bepaalde exploitatiemogelijkheden op het eigen perceel is de exploitatie in zoverre onmogelijk gemaakt en is het in beginsel niet mogelijk om die exploitatie alsnog te starten. Wat [appellante A] hierover heeft aangevoerd kan haar evenwel niet baten, omdat de desbetreffende overweging van de rechtbank haar oordeel over de toepasselijkheid van de uitzondering niet droeg. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak onder rechtsoverweging 12.2 immers terecht vooropgesteld dat ten aanzien van de asfaltcentrale op de peildatum nog geen onomkeerbare investeringen waren gedaan voor de beoogde bedrijfsvoering.
ABRS 02-08/23 inzake Papendrecht (ECLI:NL:RVS:2023:2952)
Noot: zie uitspraak van de Afdeling van 23-10/13 inzake Amersfoort (ECLI:NL:RVS:2013:1621).
Een duidelijk overzicht over het niet vergoeden van inkomensschade bij een niet aangevangen exploitatie en tevens van de verdere weging of er voor die exploitatie reeds onomkeerbare investeringen zijn gedaan.
Klacht appellant over niet tijdige vergunning verlening door de overheid, laat ABRS buiten beschouwing: is er nog een procedure onrechtmatige overheidsdaad te verwachten?