24.1. In het rapport “Deskundigenadvies inbrengwaarde bestemmingsplan Noortveer” van Gloudemans van 6 september 2018 staat: “Met betrekking tot het deel dat noodzakelijk is van de Kniplaan is door de deskundigen overwogen dat de bestemming en het gebruik van de weg niet verandert. Deze is derhalve gewaardeerd op € 1,00 euro de massa.”
De Afdeling stelt vast dat de Kniplaan op grond van het vorige bestemmingsplan “Buitengebied Natuurgebieden” was bestemd als weg. De Kniplaan behoudt deze bestemming in het voorliggende plan. Gelet hierop is sprake van een andere situatie dan in de uitspraak van de Afdeling van 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3227, waar het ging om een wijziging van de bestemming “Bedrijf” naar “Verkeer”. Weliswaar is in het voorliggende plan sprake van kleine veranderingen aan de op deze bestemming betrekking hebbende regels ten opzichte van de regels terzake, als opgenomen in het vorige bestemmingsplan, maar deze zijn volgens de raad toe te schrijven aan een voorgestane uniformering van planregels en hebben daarom geen gevolgen voor de voorgenomen herontwikkeling. Niet ter discussie staat dat de weg een weg blijft. Ten aanzien van de stelling van [persoon C] dat een redelijk handelend en denkend koper de bestaande weg door de beperkte extra planologische mogelijkheden, zoals aanlegplaatsen en speelgelegenheden, hoger zal waarderen dan slechts een weg, stelt de raad dat er tussen verkeersbestemmingen weliswaar enige planologische verschillen zijn, maar dat deze niet tot effect hebben dat de markt gronden met de in het plan vervatte verkeersbestemming anders zal waarderen. De Afdeling acht niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is en is van oordeel dat de raad heeft mogen uitgaan van een symbolische koopsom van € 1,00 euro. Hierbij is van belang dat de gronden op basis van het vorige bestemmingsplan reeds een verkeersbestemming hadden, deze verkeersbestemming in het plan is gecontinueerd en de raad heeft kunnen oordelen dat de mogelijk gemaakte extra functies geen hogere waarde tot gevolg hebben.
Het betoog faalt.
ABRS 18-12/19 inzake Voorschoten (ECLI:NL:RVS:2019:4327)
Noot: zie onze eerdere noot onder ABRS 20-11/19 inzake Midden-Delfland (ECLI:NL:RVS:2019:3927)
Inbrengwaarde: niet (zonder meer) symbolische koopsom € 1,00. De Afdeling overweegt dat blijkens de verbeelding aan de gronden van het Hoogheemraadschap van Delfland de bestemming “Verkeer” en de dubbelbestemming “Waterstaat-Waterkering” zijn toegekend. In het voorgaande bestemmingsplan “Centrum Den Hoorn” was aan deze gronden de bestemming “Bedrijf” en de dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 1” toegekend. De Afdeling stelt vast dat, anders dan in het taxatierapport staat, de bestemming van de gronden van het Hoogheemraadschap van Delfland is gewijzigd ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Zonder nadere motivering valt niet in te zien waarom bij de raming van de inbrengwaarde van deze gronden een uitzondering wordt gemaakt op de in het taxatierapport gevolgde waardering op basis van de gebruikswaarde van gronden dan wel de complexwaarde ervan.
Noot 2; Rechtbank Rotterdam 28-09/19 inzake GRNR (ECLI:NL:RBROT:2019:6963) Gronden die tot het complex behoren dienen gewaardeerd te worden op de reguliere complexprijs, zonder een afslag vanwege “ongeschiktheid” als weg c.q. watergang.
Noot 3: inbrengwaarde anders: waarde glastuinbouw hoger dan residueel grondwaarde, omdat het (totale) complex verliesgevend is.