Verder is in deze zaak artikel 39 Ow relevant. Op grond van die bepaling spelen veranderingen aan het onteigende van vóór de datum van terinzagelegging van de onteigeningsstukken in beginsel een rol bij de begroting van de schadeloosstelling, tenzij zij kennelijk tot stand zijn gebracht uitsluitend om die schadeloosstelling te verhogen. Veranderingen aan het onteigende van na de terinzagelegging worden in beginsel niet meegenomen bij de begroting van de schadeloosstelling, tenzij die veranderingen kwalificeren als normale of noodzakelijke veranderingen die aansluiten bij de aard en de wijze van gebruik van de onroerende zaak ten tijde van de datum van terinzagelegging. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is onder meer sprake van een normale verandering als voorafgaand aan de terinzagelegging (een begin van) uitvoering wordt gegeven aan een project dat – de onteigening weggedacht – ook daadwerkelijk kon worden uitgevoerd en voltooid. De omstandigheid dat de voortzetting door de onteigende van diens (verbouw)activiteiten mogelijk een situatie heeft doen ontstaan waarin de onteigenaar aan de onteigende een hogere schadeloosstelling is verschuldigd dan het geval zou zijn geweest indien deze zich van die activiteiten zou hebben onthouden, leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat geen sprake is van een normale verandering. Op de onteigende rust immers voorafgaand aan de inschrijving van het onteigeningsvonnis in beginsel geen verplichting tot schadebeperkend handelen.
Rechtbank Gelderland 16-09/26 inzake Maasdriel (ECLI:NL:RBGEL:2026:7199)
Noot: de rechtbank zet hier de criteria voor toepassing van artikel 39 Ow uiteen. In deze casus was er schijnbaar geen sprake van veranderingen met het kennelijke doel om de schadeloosstelling te verhogen, want deskundigen – en de rechtbank – houden in het definitieve advies rekening met de verbouwingswerkzaamheden die hebben plaatsgevonden na terinzagelegging.