Omrijdschade: geen nadeelcompensatie, wel vergoeding deskundigenkosten

Rechtbank: Uit door gemeente ingesteld onderzoek volgt, zoals door het college ook wordt gemotiveerd, dat de (financiële) gevolgen van het verkeersbesluit afgezet tegen de met het verkeersbesluit te dienen doelen, binnen het normale maatschappelijk risico of het normale bedrijfsrisico vallen.

Onderzoek: voor twee van de drie bedrijven blijven de theoretisch berekende omrijdkosten ruimschoots onder de laagste ingangsdrempel van 4%, zoals vastgelegd in paragraaf 4.4.4 van de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen. Voor het derde bedrijf is de conclusie dat de ingangsdrempel van 4% wordt benaderd en mogelijk overschreden, maar dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden vastgesteld dat sprake is van schade die het normaal maatschappelijk risico in relevante mate overstijgt.

De rechtbank volgt het college niet in haar standpunt dat het inschakelen van de deskundige niet redelijk is te achten omdat hij niet is ingegaan op de daadwerkelijke financiële schade van de ondernemingen. Het college gaat er hiermee aan voorbij dat het op haar weg ligt om onderzoek te doen naar de financiële gevolgen. De rechtbank heeft reeds in de tussenuitspraak geoordeeld dat het college dit niet heeft gedaan en de rechtbank heeft dit oordeel mede gebaseerd op het rapport van de (partjj)deskundige. De rechtbank is echter van oordeel dat het inschakelen van de deskundige slechts redelijk is te achten voor zover het rapport ziet op de financiële gevolgen voor eisers. De rechtbank betrekt hierbij dat het beroep gegrond is (tussenuitspraak) omdat het college (aanvankelijk) de belangen van eisers onvoldoende heeft meegewogen en het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. na de tussenuitspraak heeft het college dit gebrek hersteld.

Rechtbank Rotterdam 01-09/26 inzake Molenlanden (ECLI:NL:RBROT:2026:11322)