WOZ: geen adequate vergelijkingspanden

De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar in beroep andere vergelijkingsobjecten heeft gebruikt om de waarde te onderbouwen dan in bezwaar. Het staat de heffingsambtenaar vrij om in iedere fase van de procedure nieuwe vergelijkingsobjecten aan te dragen om de door hem vastgestelde waarde te onderbouwen.*

De rechtbank is van oordeel dat vergelijkingsobject 2 onvoldoende vergelijkbaar is met de woning. De rechtbank overweegt daartoe dat de woning van eiseres een kavel heeft van ongeveer 49 m2. Over vergelijkingsobject 2 wordt in de verkoopadvertentie benadrukt dat het object beschikt over een ruime tuin met tuinhuis. De kavel van vergelijkingsobject 2 is ongeveer 112 m2. De grootte van de kavel, waaronder de ruime tuin met tuinhuis van vergelijkingsobject 2 tegenover de kavel van de woning van eiseres verschilt zodanig dat niet gesproken kan worden van vergelijkbare objecten. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat het gaat om woningen in het centrum van Amsterdam, waarbij een grote tuin of kavel eerder uitzondering is dan regel. De grootte van de tuin heeft in dat gebied van Amsterdam aanzienlijk invloed op de transactieprijs. Nu het hier een meer dan twee keer zo grote kavel (met tuinhuis) betreft, acht de rechtbank dit object onvoldoende vergelijkbaar met de woning van eiseres.

Rechtbank Amsterdam 16-05/24 (ECLI:NL:RBAMS:2024:2894)

Noot: Uitspraak uit 2024, nu (pas) gepubliceerd. Het komt vaker voor dat goede referenties ontbreken. Het helpt om inzichtelijk te maken welke financiële gevolgen de verschillen van referentiepanden hebben ten opzichte van het te taxeren object.

* Zie ook de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 17-01/23 (ECLI:NL:GHAMS:2023:773).