Overheid moet mogelijkheid ruilgrond onderzoeken. Maar aan dat onderzoek zitten grenzen. Anders dan [appellant sub 1] stelt, omvat, indien de eigenaar de wens te kennen heeft gegeven om geheel of gedeeltelijk gecompenseerd te worden door middel van de verwerving in eigendom van vervangende grond, het onderzoek in het algemeen niet dat de gemeente steeds gehouden is om eigener beweging makelaars in de omgeving te benaderen met de vraag of er misschien gronden in de stille verkoop staan.
Proceskosten
[appellant sub 1] heeft om een volledige proceskostenveroordeling verzocht op grond van artikel 16.120 van de Omgevingswet en heeft voorafgaand aan de zitting een gespecificeerde kostenopgave overgelegd ten bedrage van € 7.215,23 inclusief BTW. Deze opgave betreft kosten van door mr. Van Helvoirt verleende rechtsbijstand in hoger beroep. [appellant sub 1] heeft op de zitting aanvullend aanspraak gemaakt op vergoeding van proceskosten in hoger beroep ten bedrage van € 6.931,49 inclusief BTW. De raad heeft op de zitting te kennen gegeven met beide kostenopgaven te kunnen instemmen.ABRS 08-07/26 inzake Moerdijk (ECLI:NL:RVS:2026:3948)
Noot: De Afdeling stelt bij de beoordeling van dit betoog voorop dat de Omgevingswet bij onteigening voor de eigenaar een volledige schadeloosstelling in geld waarborgt. De Omgevingswet kent bij onteigening geen recht op compensatie anders dan in geld, zoals bijvoorbeeld door middel van het aanbieden van vervangende grond in een grondruil. Indien de onteigende te kennen geeft dat hij bij onteigening geheel of gedeeltelijk gecompenseerd wil worden door middel van de verwerving in eigendom van vervangende grond, zal de mogelijkheid om deze wens te honoreren als onderdeel van de op de voet van artikel 11.7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet vereiste redelijke poging tot minnelijke verwerving onderzocht moeten worden, veelal in overleg met andere publieke of particuliere grondeigenaren, en zal de onteigenaar van dat onderzoek aan de eigenaar verslag moeten doen. Bij dat onderzoek mag de onteigenaar zijn eigen, op de urgentie van de verwezenlijking van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving toegesneden, planning betrekken.