Bestemming bedrijfswoning in plaats van regulier: schade

Ter vaststelling van zijn schade heeft [eiser = koper] zijn woning laten taxeren. Per 17 juni 2023 is waarde van zijn woning met woonbestemming getaxeerd op € 225.000,-. De waarde zonder woonbestemming wordt getaxeerd op € 84.000,-. Het verschil van € 141.000,- vordert [eiser] (primair) van [gedaagden] . [gedaagden] heeft de berekening betwist, stellende dat de schade ex tunc, derhalve ten tijde van 1995, moet worden berekend. Ook zou de taxateur geen rekening hebben gehouden met de (uitgeleefde) staat van het pand. [eiser] heeft daar tegenover gezet dat [gedaagden] ruim de tijd heeft gehad een eigen taxatie in te brengen, maar dat niet heeft gedaan. De rechtbank is, met [eiser] , van oordeel dat het [gedaagden] vrij stond om een eigen taxatie in te brengen en dat, nu zij dit niet heeft gedaan, er geen aanleiding is om [gedaagden] hiertoe alsnog de gelegenheid te bieden. Aan het ter mondelinge behandeling door [gedaagden] gedane bewijsaanbod komt de rechtbank bij gebrek aan gemotiveerde betwisting niet toe. Aldus schade € 141.000,00.

Rechtbank Limburg 29-10/25 (ECLI:NL:RBLIM:2025:13245)

Noot: Bij brief van 23 november 2020 aan [eiser] deelt de gemeente mee dat hij de Wabo overtreedt en kondigt zij haar voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom aan. [eiser] heeft hiertegen bezwaar gemaakt, welk bezwaar op 4 oktober 2021 ongegrond is verklaard. [eiser] heeft op 20 mei 2021 [gedaagden] aansprakelijk gesteld voor zijn schade en heeft op 11 mei 2023 een stuitingsbericht heeft verzonden.