Égalitébeginsel, geen recht op nadeelcompensatie

De Staat hoeft geen compensatie bieden aan producenten van veevoer, nu door de uitkoop van veehouders de afzet van de producenten van veevoer afneemt.

Nadeelcompensatie is sinds 1 januari 2024 geregeld in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Maar in deze casus geldt nog het oude recht.

Voor nadeelcompensatie is aanleiding indien de overheid door rechtmatig optreden schade veroorzaakt, die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft. Tussen partijen is, terecht, niet in geschil dat, willen Fransen Gerrits c.s. aanspraak kunnen maken op nadeelcompensatie, in ieder geval moet zijn voldaan aan de volgende twee voorwaarden:

(i) de speciale last: Fransen Gerrits c.s. zijn ten opzichte van anderen die in een vergelijkbare positie verkeren onevenredig zwaar getroffen;

(ii) de abnormale last: de schade die Fransen Gerrits c.s. lijden gaat uit boven hun normale ondernemersrisico.

Het hof is van oordeel dat in het geval van Fransen Gerrits c.s. niet is voldaan aan deze voorwaarden. De Staat heeft dus terecht betwist dat aan de vereisten van de speciale en de abnormale last is voldaan. Het hof legt hierna uit hoe het tot dit oordeel is gekomen.

Gerechtshof Den Haag 27-01/26 inzake Staat der Nederlanden (ECLI:NL:GHDHA:2026:44)

Noot: duidelijke overwegingen hoe het Hof tot dit oordeel gekomen is.