Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling wordt, bij de beantwoording van de vraag of een planologische wijziging voorzienbaar was, rekening gehouden met een concreet beleidsvoornemen dat openbaar is gemaakt. Voor voorzienbaarheid is niet vereist dat een dergelijk beleidsvoornemen een formele status heeft.
Om op grond van een concreet beleidsvoornemen voorzienbaarheid te kunnen aannemen, moet een redelijk denkend en handelend koper uit de openbaarmaking daarvan kunnen begrijpen op welk gebied dat beleidsvoornemen betrekking heeft, wat de zakelijke inhoud ervan is, en dat hij van de inhoud ervan kan kennisnemen.
Voor het aannemen van voorzienbaarheid is niet vereist dat verwezenlijking van de schadeveroorzakende overheidsmaatregel volledig en onherroepelijk vaststaat, dat deze maatregel in detail is uitgewerkt of dat de omvang van de nadelige gevolgen met nauwkeurigheid kan worden bepaald. Beslissend is of op het moment van investering de mogelijkheid van de schadeveroorzakende overheidsmaatregel zodanig kenbaar was, dat hiermee bij de beslissing tot investering rekening kon worden gehouden
Zie de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 6 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3690, onder 72, 75 en 79.
Het college heeft door middel van een formele publicatie op de gemeentepagina in De Staphorster van 25 september 2018 onder de titel ‘Conceptplan Notitie reikwijdte en detailniveau Milieueffectrapportage Windpark’ bekendgemaakt dat vanaf 26 september 2018 tot en met 6 november 2018 voor eenieder ter inzage ligt het ‘Conceptplan: Notitie reikwijdte en detailniveau in kader van milieueffectrapportage windpark Staphorst’. Deze bekendmaking bevat de mededeling dat iedereen gedurende de inzagetermijn in de gelegenheid wordt gesteld om advies over het conceptplan uit te brengen aan het college.
Naast de formele publicatie van de terinzagelegging van het conceptplan als hiervoor bedoeld, was op dezelfde gemeentepagina in De Staphorster van 25 september 2018 een artikel gepubliceerd met de titel ‘Inzage conceptplan en inloopavond windpark Staphorst’, waarin onder meer de navolgende passages voorkomen: “De gemeente wil meewerken aan de realisatie van 12 MW aan windenergie in Staphorst. (…) Na beoordeling van de verschillende ingediende initiatieven heeft de gemeente aangegeven medewerking te willen verlenen aan het plan van de lokale coöperatie Wij Duurzaam Staphorst. (…) Het conceptplan ligt vanaf 26 september tot en met 6 november ter inzage. (…) Op woensdag 3 oktober 2018 wordt tussen 19.00 uur en 21.30 uur een inloopavond georganiseerd in de patio van het gemeentehuis. (…)”.
Over de vraag of hiermee sprake is van een gepubliceerd concreet beleidsvoornemen overweegt de Afdeling als volgt. Van een redelijk denkend en handelend koper die voornemens is een woning aan te kopen in het buitengebied van de gemeente Staphorst, mag verwacht worden dat hij of zij op basis van de – onder 10 bedoelde – formele bekendmaking door het college van de terinzagelegging van het conceptplan met als onderwerp ‘windpark Staphorst’, in combinatie met het – onder 11 bedoelde – begeleidende artikel op de gemeentepagina, zich bewust is van de mogelijke gevolgen van deze informatie. Gezien de aard en omvang van de ruimtelijke uitstraling van een windpark, in combinatie met de in omvang beperkte oppervlakte van het buitengebied van de gemeente waar de realisatie van een windpark denkbaar is, mag van deze koper verwacht worden dat hij ermee rekening houdt dat uit de bekendmaking van het conceptplan, in combinatie met het begeleidende artikel op de gemeentepagina, blijkt van een concreet beleidsvoornemen voor een windpark dat invloed heeft op de omgeving van de woning die de koper overweegt aan te kopen.
ABRS 28-01/26 inzake Staphorst (ECLI:NL:RVS:2026:457)
Noot: aldus wel voorzienbaarheid. En beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt niet: [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte haar beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft afgewezen. Zij wijst erop dat in eerdere planschadeprocedures voor dezelfde planologische ontwikkeling is uitgegaan van een latere peildatum voor de voorzienbaarheid. SAOZ heeft daarbij als peildatum het moment van terinzagelegging van de ontwerpbeschikking om medewerking aan het plan te verlenen, gehanteerd.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling strekt een beroep op het gelijkheidsbeginsel niet zo ver dat het college een gemaakte fout moet herhalen. Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:320), onder 5.