De rechtbank acht aannemelijk dat de meest biedende gegadigde aan de vergelijkingsobjecten [adres 2] en [adres 3] , omdat zij (vrijwel) direct aan het water liggen en men vanuit die objecten een mooi en vrij uitzicht heeft, een hogere waarde zal toekennen dan aan een overigens goed vergelijkbare woning zonder deze ligging. Ook acht de rechtbank aannemelijk dat de beschutte ligging van het vergelijkingsobject [adres 4] aan een rustig hofje in de ogen van de meest biedende gegadigde een pré oplevert in vergelijking met de rumoeriger omgeving van de woning van eiser. Aan deze waarde-relevante verschillen in ligging is verweerder ten onrechte voorbijgegaan. Dit leidt ertoe dat verweerder niet erin is geslaagd om aannemelijk te maken de vastgestelde waarde van de woning van € 739.000,–niet te hoog is.
Eiser is er evenmin in geslaagd aannemelijk te maken dat de door hem verdedigde waarde van € 600.000,- niet te laag is. Hij heeft deze waarde namelijk niet met marktgegevens of anderszins onderbouwd.
Nu geen van beide partijen erin geslaagd is het van haar verlangde bewijs te leveren, bepaalt de rechtbank, alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, de waarde van de woning op de waardepeildatum schattenderwijs op € 700.000,-.
Rechtbank Midden-Nederland 01-07/21 inzake heffingsambtenaar Utercht (ECLI:NL:RBMNE:2021:4937)
Noot: Rechtybank hakt de knoop door; soms is dat wel heel praktisch.