Voorzienbaarheid van de schadeoorzaak II

Een toelichting bij een bestemmingsplan worden gezien als een bekendmaking van een concreet beleidsvoornemen. Wijzigingsbevoegdheid van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder e, van de planvoorschriften en naar de toelichting van het bestemmingsplan. Met gebruikmaking van deze wijzigingsbevoegdheid kon op de gronden van de voormalige houtwerf woningbouw mogelijk worden gemaakt zodra de bedrijfsvoering van de houtwerf zou zijn beëindigd.

Op blz. 25 van de plantoelichting staat daarover dat “Naast de bovengenoemde bekende nieuwbouwplannen is het tevens denkbaar, dat op de locatie, die vrij zou komen na bedrijfsbeëindiging van de op het binnengebied aan de Blomstraat aanwezige houthandel en na bodemsanering, woningbouw wordt gerealiseerd. Hiertoe is in het plan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.” Voorts staat op blz. 37 onder artikel 7 (doeleinden van bedrijf en handel) dat dit artikel specifiek is “toegeschreven op de houthandel en dat bij bedrijfsverplaatsing/- beëindiging wordt gedacht aan woondoeleinden (artikel 11 W.R.O.).”

Volgens de SAOZ was gelet op de wijzigingsbevoegdheid, ook al is hieraan door het college van gedeputeerde staten goedkeuring onthouden, en mede gelet op de plantoelichting woningbouw ter plaatse voorzienbaar.

ABRS 26-07/17 inzake Weesp (ECLI:NL:RVS:2017:2026).

Noot: voor de invloed van toelichting bestemmingsplan verwijst de Afdeling in deze uitspraak naar ABRS 17-08/05 inzake Haarlemmerliede en Spaarnwoude (ECLI:NL:RVS:2005:AU1109).