Voorkeursrecht: grondeigenaar moet meewerken aan taxatie

Kort geding over aanbiedingsplicht ter zake drie percelen. Kan de aanbiedingsplichtige partij nog terugtreden nadat zij de percelen heeft aangeboden en de aanbiedingsgerechtigde de prijs overeenkomstig de aanbiedingsregeling wil laten vaststellen door deskundigen?

Grondeigenaar heeft drie percelen grond te koop aangeboden aan [geïntimeerde sub 1] voor een koopprijs van € 925.000,–. [geïntimeerde sub 1] heeft te kennen gegeven dat hij van zins is van het aanbod gebruik te maken overeenkomstig de bepalingen van de in 2012 tussen partijen overeengekomen aanbiedingsverplichting. Partijen verschillen van mening over de vraag of grondeigenaar overeenkomstig die aanbiedingsverplichting een deskundige moet benoemen die dan samen met een door [geïntimeerde sub 1] te benoemen deskundige tot een waarde moet komen waarvoor [geïntimeerde sub 1] tot aankoop kan overgaan, dan wel of grondeigenaar van de verkoop mag afzien nu [geïntimeerde sub 1] de door grondeigenaar genoemde koopprijs van € 925.000,– niet heeft geaccepteerd.

Hof: grondeigenaar moet tijdig een eigen taxateur-deskundige benoemen.

Het hof stelt voorop dat de deskundigen de koopprijs volgens de Aanbiedingsverplichting moeten vaststellen “tegen de vrije verkoopwaarde van het verkochte op het tijdstip van de aanbieding”. Daarbij moeten de deskundigen naar het voorshands oordeel van het hof rekening houden met alle feiten en omstandigheden die op het tijdstip van de aanbieding aan de orde waren, waaronder:

de serieuze belangstelling die de gemeente had getoond voor de percelen;

het in dat kader door de gemeente uitgebrachte bod van € 925.000,–;

het feit dat dit bod “op het tijdstip van de aanbieding” (hof bij brief van 29 juli 2024 die door [geïntimeerde sub 1] op 6 augustus 2024 is ontvangen) was neergelegd in een concept koopovereenkomst tussen [xx] en de gemeente;

de omstandigheid dat in de concept koopovereenkomst de ontbindende voorwaarde is opgenomen van – naar het hof begrijpt – het niet verlenen van goedkeuring door het college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad aan de aankoop van de percelen;

de mate van de kans die eind juli/begin augustus 2024 aanwezig was dat die goedkeuring zou worden geweigerd;

mogelijke belangstelling van projectontwikkelaars voor de percelen.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 16-09/25 (ECLI:NL:GHSHE:2025:2548)