De rechtbank overweegt dat de omstandigheid dat TenneT een standaardovereenkomst met bijbehorende algemene voorwaarden hanteert waarvan zij in beginsel niet wenst af te wijken, niet betekent dat haar voorstel op voorhand als onwerkelijk of onredelijk moet worden aangemerkt. De minister moet zich ervan vergewissen dat een serieuze en redelijke poging is ondernomen om langs minnelijke weg tot overeenstemming te komen. Daarbij moet de minister onderzoeken of de voorstellen tot vergoeding niet op voorhand onwerkelijk en onredelijk zijn. Als de belangen van de betrokkene daartoe aanleiding geven, dan moet wel afgeweken kunnen worden van de standaardovereenkomst.(1).
Dat TenneT vasthoudt aan een zakelijk recht voor onbepaalde duur, leidt naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie dat geen sprake is geweest van een redelijk en serieus overleg. De rechtbank verwijst in dit kader naar een uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2017 (2.). In deze uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de omstandigheid dat TenneT niet akkoord is gegaan met het voorstel om de duur van het recht van opstal tot in beginsel 50 jaar te beperken, niet betekent dat de minister het aanbod van TenneT had moeten aanmerken als onwerkelijk of onredelijk.
Rechtbank Overijsel 10-03/26 inzake Twickel/ MinIister Infrastructuur en Waterstaat (ECLI:NL:RBOVE:2026:1259)
Noot: Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 28 juni 2023 van de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2023:2378 en ECLI:NL:RVS:2017:751)