Van bedrijfsbestemming naar woonbestemming, de taxatie

B&W besluit: tegemoetkoming in planschade vastgesteld op € 39.000,00.

Onderbouwing: het pand had onder het oude planologische regime ten tijde van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan op 13 november 2013 (hierna: de peildatum) een waarde van € 372.000,00. Voor de waardebepaling onder het nieuwe planologische regime heeft het pand na verbouwing een waarde van € 650.000,00. Na aftrek van de verbouwingskosten en de kosten van afkoop van de huurder van de bedrijfsruimte van in totaal € 317.000,00 resteert een waarde van € 333.000,00.

Tegentaxatie komt tot een lagere waarde na verbouwing en dus tot een hogere schade.

ABRS: Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4775, onder 15.3), dwingt artikel 6.1 van de Wro niet tot het hanteren van de ene dan wel de andere taxatiemethode. Welke methode in een concreet geval wordt gebruikt, staat ter beoordeling van de onafhankelijke taxateur. Indien en voor zover toepassing van de ter beschikking staande methoden naar diens deskundig oordeel niet mogelijk is of op zichzelf niet tot een juiste waardering leidt, zal de onafhankelijke taxateur diens taxatie (mede) mogen baseren op zijn kennis, ervaring en intuïtie (onderstreping HS). Ergo, de tegentaxatie wordt door de Afdeling niet gevolgd.

Wanneer het betoog ziet op een aspect van de inhoud van het taxatierapport dat gebaseerd is op specifieke deskundigheid van een taxateur, kan de juistheid van dat (aspect van het) taxatierapport in beginsel slechts met vrucht worden bestreden met een onderbouwd tegenrapport van een onafhankelijke taxateur, waaruit blijkt dat het taxatierapport onjuist is. Ter onderbouwing van een betoog dat een taxatierapport onjuist is, is het niet voldoende dat het tegenrapport uitsluitend een andere zelfstandige taxatie stelt tegenover de taxatie die is vervat in het aan het besluit van het bestuursorgaan ten grondslag gelegde taxatierapport. Uit een in een tegenrapport vervatte zelfstandige taxatie blijkt nog niet waarom de in het taxatierapport vervatte taxatie onjuist is. Wanneer de taxateur die het taxatierapport heeft opgesteld en de taxateur die het tegenrapport heeft opgesteld verschillende uitgangspunten hanteren en daarom tot verschillende conclusies over de waarde van het te taxeren object zijn gekomen, is de vraag niet of de in het taxatierapport gehanteerde uitgangspunten verdedigbaar zijn, maar of in het tegenrapport aannemelijk is gemaakt dat de in het taxatierapport gehanteerde uitgangspunten dat niet zijn.

ARS 02-10/24 inzake Haarlemmermeer (ECLI:NL:RVS:2024:3940)

Noot: zware eisen aan tegentaxatie; te bewijzen is dat het taxatierapport waar de gemeente zich op baseert onjuist is. Opvallend de verwijzing naar kennis, ervaring en intuïtie.