Rentevergoeding onteigenaar ingeval oorzaak van de vertraging te wijten is aan onteigende. Procedureel verweer gemeente gehonoreerd door HR
De gemeente heeft in haar antwoord na verwijzing (in procedure Gerechtshof) nog verweer gevoerd tegen de rentevergoeding wegens de uitgestelde betaling van de schadeloosstelling. Het uitblijven van het eerste deskundigenbericht en daarmee de vertraging in de betaling zou immers aan [eiser] zelf zijn te wijten, aldus de gemeente. Bij het tussenarrest was [eiser] in de gelegenheid gesteld daarop bij akte te reageren. [eiser] heeft in zijn akte na deskundigenbericht gereageerd en aangevoerd dat hij slechts op geringe wijze heeft bijgedragen aan het tijdverloop.
HR: Anders dan [eiser= de onteigende] aanvoert, mocht de Gemeente in de procedure na verwijzing het verweer voeren dat over de periode na het eindvonnis van 13 februari 2002 geen rente is verschuldigd omdat de in die periode opgetreden vertraging aan [eiser] zelf te wijten is. In de procedure na cassatie en verwijzing staat het partijen immers vrij zich te beroepen op na de vernietigde uitspraak gewijzigde feitelijke omstandigheden of feiten die zich nadien hebben voorgedaan, mits partijen daardoor de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie niet overschrijden.
Anders dan conclusie A-G volgt verwijzing
HR 26-11/21 inzake Amsterdam (ECLI:NL:HR:2021:1781)