Planschade: beplanting op perceel aanvrager – schadebeperkend?

Tussenuitspraak ABRS
De Afdeling stelt vast dat Ruimtemeesters in het toetsingskader van haar advies wel heeft opgenomen dat groenblijvende beplanting op het perceel van degene die om een tegemoetkoming in planschade verzoekt mag worden meegewogen als schadebeperkende factor. Het is voor de Afdeling, anders dan voor de rechtbank, niet duidelijk of Ruimtemeesters de beplanting bij haar beoordeling van de aanspraak van [appellant] op tegemoetkoming in planschade heeft betrokken. Hiervoor kan wel aanleiding bestaan, zoals de Afdeling heeft geoordeeld in onder meer de door Ruimtemeesters in haar advies aangehaalde uitspraak van 30 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA6013. In een dergelijk geval dient dan wél vast te staan dat de beplanting groenblijvend is. [appellant] bestrijdt dit. Omdat hierover onduidelijkheid bestaat en tevens onduidelijk is van welk uitgangspunt Ruimtemeesters uitgaat, is haar advies gebrekkig.

Einduitspraak ABRS
Appellant voert op zich terecht aan dat het advies van Thorbecke (lees: tweede planschade adviseur) onzorgvuldigheden bevat. De onzorgvuldigheden die [appellant] benoemt zijn slordigheden en kennelijke verschrijvingen die niet de kern van het advies raken.

ABRS 12-04/23 inzake Peel en Maas (ECLI:NL:RVS:2023:1443)

Noot: de ABRS-uitspraak 2007 geeft aan dat de beplanting groenblijvend moet zijn, wil die schadebeperkend zijn. Blijft de vraag of aanvrager die beplanting zou (hebben) laten staan.

In de einduitspraak geeft de Afdeling het voordeel van de twijfel aan de door gemeente ingeschakelde nieuwe planschade adviseur, die –met inachtneming van de tussen uitspraak– wel tot een hogere schade komt dan de eerdere planschadeadviseur.