OV-weg wordt voor alle verkeer toegankelijk

Op grond van het bestemmingsplan “Meerwijk” (hierna: het bestemmingsplan) uit 2011 rustte op een deel van de Polderweg (hierna: de gronden) de bestemming ‘verkeer’ met de aanduiding ‘openbaar vervoer’. De gronden waren daarmee enkel toegankelijk voor openbaar vervoer (lijnbusverkeer) en voor langzaam verkeer. Om het reguliere autoverkeer te weren was op de gronden een bussluis met verzinkbare paal gerealiseerd.

Op 4 november 2014 is het wijzigingsplan “Verbinding tussen Meerwijk-Oost en -West” (hierna: het wijzigingsplan) in werking getreden. Op grond van dit wijzigingsplan rust op de gronden de bestemming ‘verkeer’. Hiermee zijn de gronden voor al het verkeer toegankelijk gemaakt.

Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat een normaal maatschappelijk risico van 5% in een geval als dit aanvaardbaar is, nu de aanpassing van de weg, anders dan [appellant] stelt, als een normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd waarmee hij rekening had kunnen houden. Niet in geschil is dat de ontwikkeling naar haar aard en omvang past in de structuur van de omgeving, aangezien de weg er al lag en er, behalve het verwijderen van de bussluis, niets aan wordt gewijzigd.  Verder wordt reeds in het UVVP uit 2008 melding gemaakt van de mogelijkheid tot openstelling van de weg voor al het verkeer na de omlegging van de N201, zodat de ontwikkeling past in het in een reeks van jaren gevoerde planologische beleid. Ten slotte maken de aard en omvang van de schade noch de afstand dat van een lager normaal maatschappelijk risico moet worden uitgegaan. In dat kader is van belang dat deze aspecten enkel een rol kunnen spelen bij het antwoord op de vraag of de ontwikkeling een normale maatschappelijke ontwikkeling betreft die in de lijn der verwachting lag, maar dat aan deze aspecten geen zelfstandige betekenis toekomt, omdat deze aspecten reeds zijn verdisconteerd in de hoogte van de geleden planschade (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3272). Dat, naar [appellant] stelt, in dit geval rekening moet worden gehouden met de aard van de schade, nu de ontwikkeling veel schadefactoren tot gevolg heeft, kan dan ook niet worden gevolgd.

ABRS 01-05/19 inzake Uithoorn (ECLI:NL:RVS:2019:1438)

Noot: die 5% wekt geen verbazing meer. Ter illustratie: ABRS 25-10/17 inzake Terneuzen (ECLI:NL:RVS:2017:2889)