Bodembestanddelen die enkel door het werk waarvoor onteigend wordt, winbaar worden; zie Telders nieuw voor oud 438 en 514, 515.
Rechtbank vraagt zich in ro. 2.3 af waarom de kosten van het afgraven volledig in mindering worden gebracht op het voordeel van de aanwezigheid van bodembestanddelen (welk voordeel wordt verdeeld tussen onteigende en onteigenaar), maar kiest daar op basis van bestaande rechtspraak (toch) voor.
- De extra kosten van € 10.000.000,00 komen op basis van de geldende jurisprudentie in mindering op de opbrengst van de bodembestanddelen en daarmee, zij het indirect, ten laste van Boskalis (hier de onteigende, maar tevens degene die in opdracht van de Staat het werk uitvoert) als onteigende.
- Restwaarde van het onteigende, na uitvoering van het werk, zijnde € 0,50 m2 als water en dijktalud is een opbrengst c.q. kostenbesparing. De aankoopprijs van de (landbouw)grond om het werk te kunnen uitvoeren is wel een kostenpost.
- Voordeel is het aanwenden van de bodembestanddelen in het werk: “Met de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat het voordeel wordt gevonden in het gegeven dat die bodembestanddelen niet elders hoeven te worden aangekocht en aangevoerd. Dit voordeel staat los van de kosten die toch al gemaakt moesten worden in het werk.”
- De kosten verwijderen verontreiniging en Japanse duizendknoop worden omgeslagen over het gehele werkgebied omdat je die kosten nu eenmaal moet maken voor het realiseren van het werk. Bij de begroting van de waarde van vrijkomende bestanddelen ligt dit anders.
- Matiging kosten juridische en andere bijstand (naar uurtarief € 150/uur en daarmee substantieel lager dan tarief rechtbankdeskundigen-taxateurs) art. 50 Onteigeningswet / art. 15.46 Omgevingswet.
Rechtbank Gelderland 12-03/25 inzake Staat / Boskalis (ECLI:NL:RBGEL:2025:1920), met verwijzing naar eerdere tussenvonnis.
Noot: in ro. 2.3 overweegt rechtbank dat als de kosten volledig in mindering gebracht worden op het voordeel van bodembestanddelen in feite de onteigende die volledig “betaalt” terwijl hij van de bodembestanddelen 50% beurt. Dit ligt anders bij “gewoon” winbare bodembestanddelen, waarbij de onteigende het gehele voordeel geniet, na aftrek van de volledige kosten.