De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis.
Qua referenties: er was een referentie met verwachtingswaarde, maar de verwachting bij het tot stand komen van die referentie was hoger dan per peildatum onteigening, vanwege planologische wijziging in die tussentijd.
A-G: De rechtbank is ervan uitgegaan dat een eventuele eliminatie van de bestemming Natuur de werkelijke waarde niet beïnvloedt, omdat volgens het voorgaande bestemmingsplan Paterswoldsemeer het onteigende een agrarische bestemming had en volgens de overgangsbepalingen het vigerende bestemmingsplan het agrarisch gebruik van het onteigende mag worden voortgezet. Wat de rechtbank aldus heeft gedaan is te vergelijken met toepassing van de zogenaamde antikiesregel in het internationaal privaatrecht: zoals de vraag welk rechtsstelsel van toepassing is, niet van belang is indien de beide voor toepassing in aanmerking komende rechtsstelsels tot dezelfde uitkomst van de zaak leiden, en daarom een keuze tussen beide achterwege kan blijven, zo ook kan de vraag of de bestemming volgens het op de peildatum vigerende bestemmingsplan wel of niet moet worden geëlimineerd, in het midden blijven indien eliminatie en niet-eliminatie tot dezelfde uitkomst leiden.
Een en ander is ook geheel in lijn met het advies van deskundigen.
Hoge Raad 21-10/22 inzake provincie Groningen (ECLI:NL:HR:2022:1506)
Noot: zie ook de conclusie van de A-G voor uitgebreide bespreking van het cassatie beroep. René van Hoogmoed was in deze zaak een van de rechtbankdeskundigen.