Nadeelcompensatie TB A4: rekenen met daadwerkelijke geluidbelasting

Het verzoek om nadeelcompensatie is gebaseerd op artikel 22 van de Tracéwet. De indiening en afhandeling van een dergelijk verzoek is uitgewerkt in de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014, waarvan artikel 2 hier de belangrijkste bepaling is.

Het geschil spitst zich toe op de vraag of de minister bij zijn besluitvorming het advies van de commissie mocht overnemen.

Volgens vaste rechtspraak (zie overweging 8.3 van de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582) mag een bestuursorgaan, indien in een advies van een door een bestuursorgaan benoemde onafhankelijke en onpartijdige deskundige op objectieve wijze verslag is gedaan van het door deze deskundige verrichte onderzoek en daarin op inzichtelijke wijze is uitgelegd welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit op een verzoek om tegemoetkoming in planschade van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht. Dit uitgangspunt geldt ook voor het besluit op het verzoek om nadeelcompensatie van [appellante].

Volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2805, onder 8.1) zijn de maatstaven voor tegemoetkoming in planschade van overeenkomstige toepassing op nadeelcompensatie krachtens artikel 22 van de Tracéwet. Geluidbelasting is een schadefactor. Het tot besluiten op een verzoek om planschadevergoeding bevoegde bestuursorgaan dient bij het beoordelen van de maximale gebruiksmogelijkheden onder het nieuwe planologische regime op de peildatum uit te gaan van een reële prognose van het maximaal aantal te verwachten motorvoertuigen en de daarmee gemoeide geluidoverlast (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 11 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1097, onder 6.1).

Daarbij geldt dat de als gevolg van het Tracébesluit  daadwerkelijk optredende geluidbelasting vanwege de in november 2014 in gebruik genomen A4 en de Zeelandweg-Oost op de woning van [appellante] van betekenis kan zijn voor de voor haar woning meest ongunstige invulling van de planologische mogelijkheden en daarmee voor de hoogte van de nadeelcompensatie. Dan zijn de bij het Tracébesluit gehanteerde prognoses van destijds immers niet reëel meer en moeten die worden bijgesteld.

ABRS 11-09/19 inzake Minister I&W (ECLI:NL:RVS:2019:3128)