Bij de bepaling van hetgeen partijen worden geacht te zijn overeengekomen (totstandkoming en uitleg), komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). Voor mondelinge overeenkomsten geldt geheel dezelfde maatstaf.
Deze Haviltex-maatstaf, van kort gezegd ‘gewekt vertrouwen over en weer’, is een uitvloeisel van de wilsvertrouwensleer van artikel 3:33 en 3:35 BW als samenhangend geheel, waarin tot uitdrukking komt dat het bij de vraag of een overeenkomst (en zo ja welke) tot stand is gekomen, in laatste instantie steeds aankomt op wat partijen over en weer uit elkaars verklaringen en/of gedragingen omtrent hun wederzijdse bedoelingen (hun wil) hebben mogen afleiden en op wat partijen op die grond aan de rechtsgevolgen kan worden toegerekend.
Het hof zal het beroep van [appellant] op de artikelen 3:33 en 3:35 BW dan ook beoordelen in de sleutel van de Haviltex-maatstaf.
Hof Arnhem-Leeuwarden, 08-09/26 (ECLI:NL:GHARL:2026:5776)
Noot:
HR 13 maart 1981 inzake Haviltex (ECLI:NL:HR:1981:AG4158).
2HR 4 september 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI6319) – mondelinge overeenkomst.