Geen gedoogplicht Tennet bij gemeente Amsterdam

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister er niet in is geslaagd te motiveren dat het belang van TenneT zo zwaar weegt dat hij heeft kunnen besluiten om aan de gemeente de verplichting op te leggen om onder alle omstandigheden en permanent de aanwezigheid van de twee hoogspanningsverbindingen te gedogen.

Eerder heeft de rechtbank overwogen dat aan alle voorwaarden om een gedoogplicht op te kunnen leggen wordt voldaan, maar dat dit niet betekent dat vervolgens geen belangenafweging meer hoeft plaats te vinden. De minister heeft miskend dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de beoordeling van de criteria van artikel 10.11 van de Omgevingswet, waarbij per criterium een afweging moet worden gemaakt, en de ruimere toets die volgt uit artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Als aan de criteria van artikel 10.11 van de Omgevingswet (opleggen gedoogplicht) is voldaan, kan een gedoogplicht worden opgelegd. De minister heeft in dit kader gewezen op het belang van TenneT en op het feit dat een eeuwigdurend opstalrecht, waarmee de gemeente heeft geweigerd akkoord te gaan, haar de meeste waarborgen biedt. Dit belang staat niet ter discussie, maar neemt niet weg dat de minister heeft nagelaten te motiveren dat dit belang zo zwaar weegt dat van de gemeente kan worden gevraagd om onder alle omstandigheden en permanent de aanwezigheid van de twee hoogspanningsverbindingen te gedogen, juist ook gelet op de publieke taak van de gemeente en de andere belangen waar zij mee te maken heeft.

Daarmee is het bestreden besluit, in strijd met de artikelen 3:2, 3:4 en 3:46 van de Awb, niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust het niet op een draagkrachtige motivering. Het moeten gedogen van een specifiek gebruik door een derde, beperkt de gemeente in haar publieke regierol die ook en in grote mate betrekking heeft op gronden die in eigendom zijn van de gemeente. Dat de gemeente op dit moment geen concrete plannen heeft om de aldus bestemde gronden binnen afzienbare tijd voor een andere functie in te zetten, neemt niet weg dat de mogelijkheden van de gemeente om haar regierol te vervullen worden beperkt. Gemeente heeft alternatieven aangedragen. Rechtbank oordeelt dat de minister de belangen van de gemeente onvoldoende heeft meegewogen.

Rechtbank Amsterdam 01-07/26 rectificatie (ECLI:NL:RBAMS:2026:7958)

Noot: een andere benadering dan in onze eerdere publicatie Rechtbank Noord-Holland 09-07/26 inzake Beverwijk / Tennet; (ECLI:NL:RBNHO:2026:8295)