Geen bedrijfsmatige landbouw (7:312 BW)

Het paardenpension op zichzelf betreft geen veehouderij en is daarmee geen landbouwactiviteit, zoals bedoeld in artikel 7:312 BW. Dat brengt mee dat – voor zover de grasteelt in de jaren 2018 tot 2024 is gebruikt voor het voeren van de paarden in de pensionstal – dit evenmin als landbouwactiviteit geldt. Op de mondelinge behandeling heeft [eiser] onder verwijzing naar de door [gedaagde] overgelegde facturen betoogd dat [gedaagde] in 2024 slechts 25 % van het door hem geteelde gras aan derden heeft verkocht. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. Uit wat [gedaagde] heeft aangevoerd, blijkt evenmin dat hij in andere jaren een groter deel van het geteelde gras aan derden heeft verkocht. De pachtkamer gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] in de jaren 2018 tot 2024 circa 75% van het door hem geteelde gras heeft gebruikt voor het voeren van de paarden in de pensionstal en slechts 25 % aan derden heeft verkocht. Het voorgaande rechtvaardigt de conclusie dat het gebruik van de aan [gedaagde] verpachte grond – ook het achtergelegen deel van 10.5 ha – jarenlang voor het overgrote deel in het teken heeft gestaan van zijn paardenpension.

Hierbij komt dat [gedaagde] , zoals hiervoor is vastgesteld, twee dagen per week als ZZP-er in de bouw werkzaam is. Bovendien blijkt niet van recente noemenswaardige investeringen gericht op de uitoefening van landbouw. Ontbinding pachtovereenkomst.

Pachtkamer rechtbank Noord-Holland 04-12/25 (ECLI:NL:RBNHO:2025:13982)