Fosfaatrechten bij agrarische erfpacht

In welke zin moet de regel van aanvullend recht met betrekking tot pacht en fosfaatrechten worden opgevat? Moment van ontstaan respectievelijk van opeisbaarheid van de aanspraak van de erfverpachter.

Het hof heeft de vordering van de Staat afgewezen, omdat volgens het hof een van de voorwaarden uit het arrest ASR/ […] voor het ontstaan van een aanspraak van de verpachter is dat (naast het einde van de pacht) ook het feitelijk gebruik van de gronden en/of gebouwen moet zijn geëindigd, en in deze zaak vaststaat dat [de erfpachter] het gebruik van de gronden na het einde van het erfpachtrecht heeft voortgezet. Daarmee staat de feitelijke situatie van onafgebroken voortgezet gebruik van de grond door [de erfpachter] al in de weg aan de door de Staat bepleite toepassing van de arresten ASR/‌ […] . Het hof is daarom niet toegekomen aan de meer principiële vraag of de rechtspraak van de pachtkamer van het gerechtshof ook voor erfpacht gelding heeft. In cassatie richt de Staat klachten tegen dit oordeel van het hof en vraagt hij uw Raad om – eventueel ten overvloede – de praktijk richting te geven ten aanzien van de principiële vraag waaraan het hof niet is toegekomen.

Het erfpachtcontract uit 1982 is per 31 oktober 2021 geëindigd, maar het feitelijk gebruik van de ter beschikking gestelde grond is na die datum ongewijzigd voortgezet. Daarmee staat de feitelijke situatie van onafgebroken voortgezet gebruik van de grond door [de erfpachter] al in de weg aan de door de Staat bepleite toepassing van de arresten ASR/‌ […] . (onder 5.6-5.7)

Conclusie A-G:  geen van de cassatieklachten van de Staat slaagt.

Conclusie A-G 16-01/26 inzake Staat (ECLI:NL:PHR:2026:78)

Noot: een uitvoerig gemotiveerde conclusie met verwijzing naar pachtzaak ASR – Hof Arnhem-Leeuwarden (pachtkamer) 26 maart 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:2544 en 24 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7664.