Beroepsfout?

Bij de beoordeling van hetgeen mr. Wesseling in het kader van deze procedure heeft gedaan dan wel heeft nagelaten, zal het hof op de voet van artikel 7:401 BW dienen te beoordelen of sprake is geweest van de zorgvuldigheid welke van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht (HR 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1304, NJ 2003,302). Daarbij heeft te gelden dat niet iedere tekortkoming kan worden gekwalificeerd als een beroepsfout, omdat een advocaat als deskundig adviseur een zekere mate van vrijheid van handelen toekomt ten aanzien van de wijze waarop hij een procedure voert en bovendien op basis van de actuele stand van zaken kansen en risico’s moet wegen waarvan vaak pas achteraf kan worden vastgesteld of die afweging juist is geweest. Het resultaat van de beoordeling aan de hand van deze maatstaf berust uiteindelijk op een waardering van de feiten en omstandigheden.

Het lukte de advocaat niet om de koopoverenkomst te ontbinden en dit kan volgens [appellant] met name aan mr. Wesseling worden toegerekend, omdat hij twee gebrekkige taxatierapporten van Baarslag (van 6 en 7 december 2007) had overgelegd en heeft verzuimd die te doen vervangen door deskundige taxatierapporten. Hij had daartoe moeten besluiten, aangezien de makelaars bij conclusie van antwoord een uitgebreide rapportage in het geding hadden gebracht waarin ook kritiek werd geuit op de taxaties van Baarslag. Ook in hoger beroep heeft mr. Wesseling nagelaten een deugdelijk taxatierapport over te leggen, terwijl de rechtbank juist had geoordeeld dat het rapport van Baarslag kwalitatief onder de maat was.

Het hof is van oordeel dat, als mr. Wesseling al kan worden verweten dat hij de brief van Baarslag van 8 november 2008 ten onrechte heeft beschouwd als een reactie die voldoende zou zijn voor de rechtbank om [appellant] tot bewijslevering toe te laten, dit weliswaar kan worden gekwalificeerd als een inschattingsfout, die voortvloeit uit een onderschatting van het belang van de stelplicht die in die procedure op [appellant] rustte, maar niet als een zodanig ernstige tekortkoming dat sprake is van een beroepsfout. Ook de omstandigheid dat mr. Wesseling toen slechts in algemene termen een bewijsaanbod heeft gedaan, kan in de omstandigheden van dit geval niet als een beroepsfout worden opgevat, nu een dergelijke algemeen bewijsaanbod niet in de weg had gestaan aan een bewijsopdracht door de rechtbank, indien zij van oordeel zou zijn geweest dat [appellant] zijn stellingen voldoende had onderbouwd.

Na het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 april 2009 ontstond evenwel een nieuwe situatie. Het hof is dan ook van oordeel dat mr. Wesseling, door in dit geval af te zien van het doen van een gespecificeerd bewijsaanbod, niet heeft gehandeld met de zorgvuldigheid welke van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht, hetgeen betekent dat sprake is van een beroepsfout.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-09/17 (ECLI:NL:GHARL:2017:7941).

Noot: hieruit blijkt weer het belang van een deugdelijk (contra) taxatierapport.