Bekrachtiging onteigeningsbesluit

De rechtbank doet uitspraak op grondslag van het verzoekschrift, de (ambtshalve) basistoets, de bedenkingen die tegen de onteigeningsbeschikking zijn ingebracht, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. Zie Artikel 16.106, eerste lid, van de Ow.

De rechtbank wijst het verzoek van de raad om bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking toe.

Weging noodzaak tot onteigening: Daarbij moet het minnelijk overleg een reëel en serieus overleg inhouden, waarbij wordt geprobeerd tot overeenstemming te komen. Wat onder een redelijke poging moet worden verstaan, hangt volgens de memorie van toelichting onder andere af van de omstandigheden van het geval. Afhankelijk van de situatie kunnen de onderhandelingen ook betrekking hebben op de verwerving van een groter geheel dan de benodigde gronden, het toestaan van voortgezet gebruik, een aanbod van ruilgronden, de vestiging van een gebruiksrecht of de aanleg van bijkomende voorzieningen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de raad daarnaast een redelijke poging gedaan om het perceel in minnelijkheid te verwerven. Uit het door de raad overgelegde logboek blijkt dat voorafgaand aan het vaststellen van de onteigeningsbeschikking een reëel en serieus overleg heeft plaatsgevonden, waarin is geprobeerd om tot overeenstemming te komen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeente niet een zodanig onredelijk bod gedaan, dat het niet kan worden gezien als poging tot minnelijke verwerving.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7-02/26 inzake Vlissingen (ECLI:NL:RBZWB:2026:1216)

Noot: een goed gemotiveerde uitspraak, met o.a. verwijzing naar kamerstukken Omgevingswet.