Het beroep op artikel 38 Ow ten aanzien van perceel 2613 slaagt niet
Artikel 38 Ow luidt:
“1. Gebouwen, van welke een gedeelte onteigend wordt, moeten, op de vordering des eigenaars bij zijne conclusie, in art. 24 genoemd, door de onteigenende partij geheel worden overgenomen.
- Ditzelfde zal met erven moeten geschieden, wanneer deze door de onteigening tot een vierde hunner uitgestrektheid verminderen of kleiner dan tien aren worden.
- Deze overneming kan echter niet gevorderd worden, wanneer het overgebleven stuk gronds onmiddellijk aan een ander erf van denzelfden eigenaar grenst.”
Rechtbank Gelderland inzake Maasdriel 10-12/25 (ECLI:NL:RBGEL:2025:10851)
Noot: heel veel rechtspraak over art. 38 Onteigeningswet is er niet. Hoogstate is op dit moment betrokken bij een aangekondigde onteigening, waarbij de grondeigenaar stelt dat het overblijvende (de bedrijfswoning op basis van het vigerende bestemmingsplan) na onteigening van de bedrijfsgebouwen gelet op de planvoorschriften niet meer als zodanig gebruikt/bewoond zou mogen worden. Met hierbij (mede) een beroep op art. 11 lid 3 Omgevingswet (de opvolger van art. 38 Onteigeningswet), ook al valt dat niet onder de exacte terminologie van het betreffende artikel.