Afkoopsom recht van erfpacht is heffingsmaatstaf overdrachtsbelasting

Eiseres stelt zich op het standpunt dat de heffingsgrondslag moet worden bepaald op 17 maal de jaarlijks canon van € 76.480, derhalve op € 1.300.160, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, eerste en derde lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR) in verbinding met artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer (hierna: Uitvoeringsbesluit) en onderdeel c van de daarbij behorende bijlage. Eiseres voert ter onderbouwing het volgende aan. De waarde van het erfpachtrecht als zodanig dient op nihil te worden gesteld, aangezien de gemeente Amsterdam voor de verkrijging daarvan geen vergoeding heeft bedongen. De gemeente Amsterdam heeft alleen een jaarlijkse canon bedongen van € 76.480. Dat de wederpartij bij de Erfpachtovereenkomst verplicht is de canon bij vooruitbetaling ineens te voldoen, betekent niet dat deze afkoopsom de waarde in het economische verkeer van het erfpachtrecht zelf vertegenwoordigt. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de verschuldigde overdrachtsbelasting tot € 247.030.

7. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de heffingsgrondslag moet worden bepaald op het bedrag van de afkoopsom van € 3.200.000 overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van de WBR. Verweerder voert ter onderbouwing het volgende aan. Alleen in het geval een erfpachtrecht om niet wordt gevestigd waaruit in goederenrechtelijke zin een marktconforme canon voortvloeit is plaats voor toepassing van de waarderingsregels van artikel 11, derde lid, van de WBR. In het onderhavige geval hebben partijen bij de Erfpachtakte in goederenrechtelijke zin beoogd tegen een vergoeding ineens (de afkoopsom) een canonvrij erfpachtrecht te vestigen. Uit de Erfpachtakte vloeit geen enkele goederenrechtelijke schuldplichtigheid voort, zodat van afkoop geen sprake kan zijn. De vergoeding ineens vormt de bedongen tegenprestatie en daarmee de maatstaf van heffing. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Derhalve heeft het bedrag van de afkoopsom als heffingsgrondslag te gelden. Dat betekent dat het gelijk aan verweerder is.

Rechtbank Noord-Holland 03-12/20 (ECLI:NL:RBNHO:2020:10111)