Vrijkomende arbeid bij liquidatie dan wel reconstructie

Tussenvonnis, eerder op deze website gepubliceerd: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-05/23 provincie Noord-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2023:4965)

Noot: Tja, als rechtbankdeskundigen uitgaan van een bepaalde vorm van reconstructie, terwijl de onteigende aangeeft dit niet te willen/kunnen, dan valt te begrijpen dat de rechtbank aan deskundigen opdracht geeft dit nader toe te lichten. Volstaan met enkel verwijzen naar “de maatman” lijkt dan (te) mager.

Vonnis 28-08/24 (ECLI:NL:RBZWB:2024:7289)

Onteigende exploiteert truckersrestaurant. In eerder tussenvonnis is geoordeeld dat onteigende zijn onderneming als gevolg van de onteigening niet meer ter plaatse kan voortzetten, ook niet in gewijzigde vorm. Rechtbank oordeelt, in afwijking van het advies van de rechtbankdeskundigen, dat overige schade moet worden berekend op basis van liquidatie. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde], gegeven zijn leeftijd op de peildatum en zijn vanwege zijn gezondheid beperktere inzetbaarheid, redelijkerwijs niet meer in staat is tot voortzetting van zijn onderneming door middel van een andersoortig horecabedrijf. Bedrijfsopvolging is niet dan wel in mindere mate aan de orde. Bij berekening van de inkomensschade geen aftrek voor vrijkomende arbeid toegepast. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de door [gedaagde] aangevoerde feiten en omstandigheden, de aard van de gevoerde onderneming en de, gelet op deze aard toegespitste vaardigheden van de ondernemer, niet van [gedaagde] kan worden gevergd dat hij nog in loondienst aan de slag zal gaan.

Noot:

1.gedaagde] stelt zich op het standpunt dat (gedeeltelijke) reconstructie zoals de deskundigen voorstaan geen realistische en dus ook geen redelijke oplossing is, mede vanwege terughoudendheid banken bij financiering. Volgens hem dient de schadeloosstelling te worden begroot op basis van liquidatie.

Overigens: schadeberekening (door deskundigen) bij liquidatie hoger dan bij reconstructie. Zie handboek Telders “schadeloosstelling voor onteigening” paragraaf 543: Het gaat om de oplossing welke in de gegeven omstandigheden het meest in de rede ligt. Alleen als beide oplossingen evenzeer in de rede liggen, dan moet voor de goedkoopste gekozen worden.

  1. Rechtspraak over vrijkomende arbeid is schaars. Zie onder meer HR 23-04-2010 LJN: BL3283 inzake gemeente ’s Gravenhage.
  2. Schade componenten:
  • transitievergoeding
  • liquidatieschade
  • fiscaal advies
  • inkomensschade (na aflossen hypotheek over rest vrijkomend kapitaal 3,55 rente)
  • voortgezet gebruik: het voortgezet gebruik van het onteigende gedurende ruim vijf maanden – van 17 mei 2022 tot 1 november 2022 – niet verrekenen met de te vergoeden inkomensschade maar met de renteschade over het verschil tussen het voorschot en de definitieve schadeloosstelling, zoals hierna vermeld : rentevergoeding gaat in na einde voortgezet gebruik. Opvallend: rechtbank hanteert differentiatie in het rentepercentage, zoals dat haar ambtshalve bekend is uit de a-27 onteigeningszaken.