Beëindiging huurovereenkomst woonruimte op grond van artikel 7:274 lid 1 sub e BW

In het sociaal plan is onder meer opgenomen dat vertrekkende huurders in de eerste 9 maanden vanaf de ingangsdatum van het sociaal plan met hun urgentie zelf kunnen reageren op passend woningaanbod met het oog op hun gezinssamenstelling en inkomen dat geadverteerd wordt via Woonnet Rijnmond. Indien een huurder binnen die periode nog geen woning heeft gevonden binnen diens zoekprofiel, biedt Havensteder deze gedurende circa 6 maanden maximaal 3 woningen aan die passen binnen het zoekprofiel op de herhuisvestingverklaring. Tevens is in het sociaal plan opgenomen dat de huurder een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten ontvangt, die wettelijk is bepaald en per 1 februari 2018 € 5.993,- bedraagt.

  • Kantonrechter:
    [gedaagde] heeft niet toegestemd in de beëindiging van de huurovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:272 lid 1 BW. Daarom kan Havensteder op grond van het tweede lid van dat artikel op de gronden vermeld in de opzeggingsbrief vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen waarop de huurovereenkomst zal eindigen.
  • Het aanbieden van passende vervangende woonruimte is bij opzegging als bedoeld in artikel 7:274 lid 1 onder e BW geen wettelijk vereiste. Het al dan niet aanbieden van zodanige woonruimte kan echter wel een rol spelen in de belangenafweging 
  • stelt vast dat de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woonruimte aan de [adres] zal eindigen op 31 januari 2021

Rechtbank Rotterdam 20-11/20 (ECLI:NL:RBROT:2020:10518)