Gedeeltelijke bekrachtiging onteigeningsbeschikking

Meerdere bedenkingen ingediend door de eigenaren. De rechtbank heeft het verzoek om bekrachtiging beoordeeld aan de hand van de wettelijk voorgeschreven ambtshalve basistoets en de ingebrachte bedenkingen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de onteigeningsbeschikking niet geheel volgens de wettelijke vormvoorschriften is voorbereid, omdat het projectbesluit niet met de ontwerpbeschikking en de definitieve onteigeningsbeschikking ter inzage heeft gelegen. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb.

In de beoordeling van de noodzaak tot onteigening beoordeelt de rechtbank het beroep op het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank komt tot de conclusie dat het eigendommenbeleid van het algemeen bestuur niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en ook de onteigeningsbeschikking niet. Voor een aantal andere percelen ontbreekt de noodzaak tot onteigening, omdat hiervoor overeenstemming is bereikt met de eigenaren over de verwerving van de eigendom en het vervallen van het recht van erfpacht. De levering van de gronden staat op korte termijn gepland. Voor deze percelen wijst de rechtbank het verzoek daarom af. Voor de overige percelen is voldaan aan de voorwaarden voor bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking: er is sprake van een onteigeningsbelang en de onteigening is noodzakelijk en urgent. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om bekrachtiging gedeeltelijk toe. R

echtbank Midden-Nederland 16-10/26 inzake Vallei en Veluwe (ECLI:NL:RBMNE:2026:7074)

Noot: betreft dijkversterking. Ambtshalve toets: wettelijke voorschriften, belang, noodzaak (art. 11.7 Ow), urgentie. Het evenredigheidsbeginsel waarborgt dat onteigening alleen als ultimum remedium kan worden ingezet. Waterschap heeft als beleid dat voor werkzaamheden als de onderhavige de eigendom voor het waterschap van belang is; dus qua beleid niet gedoogplicht of iets dergelijks.

Lezenswaardige uitspraak, mede op vlak van kostenveroordeling met uurtarieven € 175 / € 185 plus BTW en 5% kantoorkosten.

Art. 6:22 Awb: Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.