De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat hij voldoende rekening heeft gehouden met de specifieke kenmerken van de woning zoals eiseres die heeft benoemd. Op de zitting heeft de heffingsambtenaar desgevraagd toegelicht dat rondom de waardepeildatum geen bedrijfswoningen zijn verkocht die vergelijkbaar zijn met de woning. Hij was daarom aangewezen op vergelijking met woningen die niet verbonden zijn aan een bedrijf. Voor de omstandigheid dat de woning verbonden is aan het naastgelegen houtverwerkingsbedrijf heeft de heffingsambtenaar een neerwaartse correctie van 20% op de ligging toegepast.
Rechtbank volgt de taxatie van de heffingsambtenaar en verwerpt stelling eigenaar dat de omstandigheid dat de woning een bedrijfswoning is, leidt tot een waardevermindering van ten minste 50%.
Rechtbank Oost-Brabant 23-06/26 (ECLI:NL:RBOBR:2026:4452)
Noot: normaliter is een bedrijfswoning minder waard dan een “reguliere” woning, al was het al omdat een koper een binding met het bijbehorende bedrijf moet hebben. De waardedruk hangt af van de omstandigheden van het geval.