Gedeelte van een perceel is verpacht.
De rechtbank heeft het verzoek van de raad om de onteigeningsbeschikking die betrekking heeft op het perceel G659 te bekrachtigen toegewezen voor zover de onteigeningsbeschikking betrekking heeft op het pachtrecht op perceel G659, en afgewezen voor zover de onteigeningsbeschikking betrekking heeft op het eigendomsrecht op perceel G659. Volgens de rechtbank is met de Staat als eigenaar van het perceel minnelijke overeenstemming bereikt. Er bestaat daarom geen noodzaak tot onteigening. Het verzoek is in zoverre afgewezen.
ABRS:
De Omgevingswet kent niet de mogelijkheid van afzonderlijke onteigening van beperkte rechten, of van persoonlijke rechten, zoals huur of pacht. Onteigening ziet in alle gevallen op de onroerende zaak. Zie artikel 11.1 van de Omgevingswet (onteigening van onroerende zaken in het algemeen belang) en artikel 11.3, eerste lid, van de Omgevingswet (de onteigeningsbeschikking wijst de te onteigenen onroerende zaken aan), toegelicht in Kamerstukken II, 2018-2019, 35133, nr. 3, p. 98. Door de onteigening van de onroerende zaak verkrijgt de onteigenaar de eigendom vrij van alle lasten en rechten die met betrekking tot de onroerende zaak bestaan. Zie artikel 11.18, eerste lid, van de Omgevingswet. Door deze zogenoemde titelzuiverende werking van de onteigening wordt de onroerende zaak bevrijd van alle lasten en rechten die op deze zaak rusten.
In de situatie dat de onteigenaar overeenstemming heeft bereikt met de eigenaar, maar, zoals in dit geval, de eigenaar de onroerende zaak niet vrij van pacht oplevert en de onteigenaar geen overeenstemming heeft bereikt met de pachter over beëindiging van het pachtrecht, moet, om de onroerende zaak van het pachtrecht te bevrijden, de onroerende zaak ter onteigening worden aangewezen. Daarbij moet aan alle door de Omgevingswet daartoe gestelde vereisten worden voldaan. In een dergelijk geval kan bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking die betrekking heeft op de onroerende zaak niet (gedeeltelijk) worden afgewezen op grond van het ontbreken van de noodzaak voor het onteigenen van het eigendomsrecht op die onroerende zaak. De rechtbank heeft dit, zo volgt uit overweging 7.6 en het dictum van de bestreden uitspraak, niet onderkend, en heeft de verzochte bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking die betrekking heeft op het perceel G659 ten onrechte beperkt tot het op de onroerende zaak rustende pachtrecht, onder afwijzing van de verzochte bekrachtiging voor zover deze betrekking heeft op de eigendom van de onroerende zaak.
ABRS 04-02/04 inzake Moerdijk (ECLI:NL:RVS:2026:629)
Noot: dus gehele perceel (ook al is dat slechts gedeeltelijk verpacht) terecht ter onteigening aangewezen. En (bijvoorbeeld) een pachtrecht kan niet afzonderlijk onteigend worden.